info@nossekverheijden.nl                                  

Noord Brabantlaan 80   5652 LE Eindhoven      telefoon: 040-2571517      Heuvel 16   5502 AK Veldhoven                                            

 

Dit artikel is gemaakt door onze laatstejaars stagiaire, als examenopdracht.


Feline Lower Urinary Tract Disease (FLUTD)


FLUTD is een aandoening bij katten die vaak wordt gezien in de dierenkliniek. FLUTD is niet één enkele aandoening, maar een term die gebruikt wordt om verschillende aandoeningen te omschrijven die de lagere urinewegen aantasten.


Welke katten lopen het meeste risico op FLUTD?

FLUTD komt voor bij beide geslachten, echter katers hebben er sneller last van omdat deze een smallere plasbuis hebben en dus sneller verstopt raakt. Het verschijnt meestal bij een leeftijd van 2-6 jaar. Katten kunnen sneller FLUTD krijgen door de volgende risico’s: stress, overgewicht en door te weinig drinken. Ook komt het sneller voor bij gecastreerde katten en katten die enkel brokken als eten krijgen.


U kunt FLUTD herkennen aan de volgende symptomen:

  • Bloed in de urine: de urine zal dan donkerder van kleur zijn;
  • Pijnlijk plassen: de kat zal dan een andere plashouding aannemen, of     vocaliseren tijdens het plassen;
  • Plassen buiten de kattenbak of op ongewenste plekken;
  • Anorexia: erg veel afvallen in korte tijd;
  • Koorts: de normale temperatuur van de kat ligt tussen de 38 en 39 graden.   Is deze verhoogd? Dan is het belangrijk om de dierenarts te raadplegen;
  • Moeilijk plassen: de kat zal langer op de kattenbak zitten en een ongemakkelijke houding tonen;
  • Afwezige urinelozing: de kat gaat regelmatig naar de kattenbak maar er is geen urine te vinden;
  • Rusteloos;
  • Overdreven vocaliseren;
  • Overmatig likken aan het genitale gebied;
  • Minder eetlust.


Als de eigenaar deze symptomen opmerkt is het verstandig zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de dierenkliniek en een consult in te plannen voor een goed algemeen klinisch onderzoek. Dit om andere mogelijke diagnoses uit te sluiten.

Er is sprake van een spoedgeval als de kat helemaal niet meer kan plassen en de urinewegen dus geblokkeerd zijn. De nieren blijven urine produceren maar het kan niet naar buiten. Dit noemt men een plaskater. Door deze obstructie kan nierinsufficiëntie ontstaan. Dit is een levensbedreigende situatie! 


Welke onderzoeken worden er gedaan?

Als een kat wordt verdacht van FLUTD kunnen de volgende onderzoeken worden gedaan:


- Een urineonderzoek: dit onderzoek is een belangrijk diagnostisch onderdeel om de oorzaak van FLUTD te achterhalen. Met behulp van teststrips, een meter voor het soortelijk gewicht van de urine en een microscopisch onderzoek van het sediment wordt de urine onderzocht. Het sediment is het bezinksel van zware bestanddelen van urine zoals rode bloedcellen, witte bloedcellen, epitheelcellen en kristallen. Dit sediment wordt grondig onderzocht. Dit kan een goed beeld geven over wat er aan de hand is met de kat en wat de oorzaak zou kunnen zijn.

Een röntgenfoto en/of een echografie: het maken van röntgenfoto’s van de blaas en de urineleider is nuttig om verschillende oorzaken aan te tonen. Sommige blaasstenen zijn bijvoorbeeld goed te zien op de foto. Er kan ook een echo van de blaas worden gemaakt. Hiermee is het mogelijk om bijvoorbeeld een verdikking van de blaaswand te zien en blaasstenen of geruis aan te tonen.

In sommige gevallen is het nodig een urinemonster op te sturen naar het laboratorium. Hiervoor moet de urine op steriele wijze worden verkregen. Dit wordt verkregen door middel van een blaaspunctie (cystocentesis). De dierenarts steekt dan een dunne naald direct in de blaas. Het is een eenvoudige procedure en de meeste katten reageren niet pijnlijk op de naald.


Verschillende oorzaken van FLUTD

Blaasontsteking (FIC): FIC staat voor Feline Ideopatische Cystitis. Als er geen echte oorzaken worden gevonden na een grondige evaluatie, wordt een diagnose gesteld van FIC. De mogelijke oorzaken van deze blaasontsteking zijn een defecte blaaswand, een neurogene ontsteking en stress.

Bacteriële infecties: dit is bij katten zelden de oorzaak van lagere urinewegproblemen. Als er sprake is van een bacteriële infectie is dit meestal het gevolg van een ander onderliggende ziekte zoals diabetes of blaasgeruis. Dit komt vooral voor bij oudere katten.

Blaasstenen: net als mensen kunnen katten blaasstenen ontwikkelen. Een blaassteen is gevormd uit een samenklontering van kristallen. Het zorgt uiteindelijk voor een chronische blaasontsteking die niet reageert op medicatie. Er zijn verschillende soorten stenen en iedere soort heeft een eigen chemische samenstelling. De meest voorkomende urinestenen zijn struviet- of calciumoxalaatstenen.

Tumoren: dit komt vooral voor bij oudere katten. Er kan zich een tumor bevinden in de blaas of urineleider. Het transitioneel cel carcinoom is de meest geziene tumor. Blaastumoren zijn meestal kwaadaardig of door de grootte niet operabel.

Obstructie: obstructie van de urineleider bij de kater kan worden veroorzaakt door blaasstenen die vastzitten in de urineleider. Ook kan het veroorzaakt worden door een opstapeling van eiwitten, kristallen, cellen en neerslag van de urine. Dit vormt samen één geheel dat niet kan worden uitgeplast. Dit kan vastgesteld worden door een echo van de blaas en een urine onderzoek.  


Behandelingen tegen FLUTD

De aandoening FIC is goed en snel op te lossen. De momenteel aanbevolen behandelingen zijn stressreductie, het voeden van vochtig voedsel en het gebruik van aanvullende methodes om waterinname te verhogen.

Bacteriële infecties worden meestal behandeld met een antibioticakuur. De keuze voor een bepaald antibioticum wordt gebaseerd op een bacteriële kweek. Dit wordt gedaan in een laboratorium. Bacteriële infectie van de blaas is relatief zeldzaam en antibiotica worden alleen ingezet als er een sterk vermoeden is van een infectie. Ook worden er pijnstillers gegeven zodat de blaaswand kan ontspannen en er sneller genezing is.

De behandeling van blaasstenen omvat verwijdering van de blaasstenen of ontbinding door middel van voedingsmanagement. De keuze van behandeling hangt af van de ernst van de situatie. Bij struviet kan vooral een aangepast dieet helpen. Dit dieet is ontwikkeld om de samenstelling van urine zo te wijzigen dat de bestaande stenen worden opgelost of wordt voorkomen dat er nieuwe stenen worden gevormd. Deze bevatten overmatig magnesium en fosfor. Dit om struviet te voorkomen en om een hogere pH van de urine te handhaven. Sommige voedingsmiddelen bevatten hoge hoeveelheden zout dat resulteert in de productie van meer verdunde urine en verminderde verzadiging van struviet in de urine. Andere steensoorten, zoals calcium oxalaat, kunnen niet worden opgelost. Een operatie is dan altijd noodzakelijk.

Obstructie kan mogelijk behandeld worden doormiddel van een operatie onder narcose. De blaasstenen die de obstructie veroorzaken worden dan verwijderd. Nadat de obstructie is verwijderd kan de urineleider nog steeds erg ontstoken zijn, wat kan zorgen voor blijvende zwelling in de urineleider. Plassen blijft daardoor vaak na de behandelingen nog wat moeizaam. Ze zullen na de operatie medicatie mee krijgen tegen de pijn.

Blaastumoren zijn erg zeldzaam bij katten. De kat laat pas erg laat klinische symptomen zien. Tegen die tijd is de tumor vaak al lange tijd aanwezig en niet meer operatief te verwijderen, echter bij sommige gevallen kan chemotherapie helpen. De tumor verkleint en de levenskwalitiet van de kat verbetert. Ook kunnen non-steroïdale ontstekkinsremmers (NSAID’s) helpen. Deze hebben een remmend effect op tumorale groei. NSAID’s helpen ook tegen de meest voorkomende tumor: transitioneel cel carcinoom. NSAID’s kunnen de tumoren echter niet volledig laten verdwijnen en de tumor zal op lange termijn weer terugkomen en verder groeien.

FLUTD kan na behandeling terugkeren en katten kunnen er levenslang last van hebben. Zelfs met de beste behandeling kunnen sommige katten terugkerende symptomen krijgen. Zijn er nog vragen? Bellen naar onze praktijk mag altijd!