info@nossekverheijden.nl                                  

Noord Brabantlaan 80   5652 LE Eindhoven      telefoon: 040-2571517      Heuvel 16   5502 AK Veldhoven                                            

Vragenlijst homeopathie 

 

Deze vragenlijst kunt u het beste in een tekstverwerker zoals Word te plakken en daarna uitprinten. Daar vandaan kunt u hem dan invullen en via e-mail verzenden naar: info@nossekverheijden.nl. Ook is het mogelijk om de  vragenlijst op papier in te vullen en op de praktijk af te geven, of naar de praktijk te sturen. Wat voor u het gemakkelijkste is.

Zodra de vragenlijst in ons bezit is, hebben we enige tijd nodig om precies uit te zoeken wat de samenstelling van het homeopathisch middel moet worden wat bij uw huisdier en het probleem past (repertoriseren). Zo gauw het middel klaar is, nemen wij contact met u op.

Gelieve bij de antwoorden dezelfde letter/cijfercombinatie te gebruiken die bij de vragen staan.

 

Wilt u zo uitvoerig mogelijk onderstaande vragen beantwoorden?

a
diersoort                                                                  
b
ras
c
kleur en aftekening
d
geslacht huisdier
e
gecastreerd/gesteriliseerd
f
leeftijd/geboortetijd/datum
g
beharing
h
naam huisdier
i
uw naam
j
uw adres
k
uw postcode
l
uw telefoonnummer
m
gegevens dierenarts
l
extra informatie

 



A.
DE KLACHT WAARVOOR U NU KOMT
1.
Hoe luidt deze klacht?
2.
Hoe lang geleden is de klacht ontstaan?
3.
Zijn er (voor het dier) ingrijpende gebeurtenissen die qua tijd ongeveer samenvallen met het ontstaan van de klacht?
 
zoals een verhuizing, pensionverblijft, verlies/vertrek/overlijden van een mede huisgenoot of huisdier?
4.
Wat zijn de verschijnselen?
5.
Op welke plaats en/of aan welke zijde van het lichaam treedt de klacht op?
6.
Indien het om inwendige klachten gaat: waaraan merkt u dat het dier pijn of last heeft?
7.
Is de klacht sinds het ontstaan doorlopend aanwezig? Zo niet, kunt u dan aangeven wanneer er verbetering of verslechtering optreedt?
8.
Treedt de klacht met vaste regelmaat op? Op welk uur van de dag?
9.
Zijn er nog andere verschijnselen bij uw huisdier die gelijktijdig of afwisselend met de hoofdklacht optreden?
10.
Zijn gedrag, karakter of stemming van uw dier veranderd sinds het bestaan van de klacht? Zo ja, hoe dan?
11.
Bent u met de huidige klacht/ziekte al bij een dierenarts/therapeut/specialist geweest? Zo ja, hoe noemde deze de verschijnselen?
 12
Welke medicatie en of behandelingen zijn er gedaan?

   

B.
DE VOORGESCHIEDENIS VAN UW HUISDIER
12.
Op welke leeftijd kwam uw huisdier bij u in huis?
13.
Als u niet de eerst eigenaar bent, weet u toch iets over de voorgeschiedenis?
14.
Bent u eerder met andere klachten bij de dierenarts geweest?
15.
Hoe noemde de dierenarts de klachten toen?
16.
Hoe oud was het dier destijds?
17.
Welke inentingen heeft het dier gehad en wanneer?
18.
Was er toen een opvallende reactie op die enting(en)?
19.
Worden loopsheid of krolsheid onderdrukt en merkt u hierdoor verandering op?
20.
Krijgt het dier regelmatig (2-4x per jaar een wormkuur)
21.
Ziet u ook wormen afkomen na deze kuur?
22.
Zijn er typische familie-eigenschappen bekend over erfelijke aandoeningen of afwijkingen zoals zenuwziekten, gedragsafwijkingen, diabetes, nierziekten of longaandoeningen?
23.

Is uw dier allergisch voor een bepaald (genees)middel, stof of voeding?


 

C.
ALGEMEEN ASPECT EN GEDRAG VAN UW HUISDIER
24.
Waar bevindt zich de eigen plaats van uw huisdier in huis? Indien geen vaste plaats, waar ligt het dier dan het liefst?
25.
Wanneer slaap het dier? Slaapt het veel, weinig, diep, licht? In welke houding. Droomt het veel of anders?
26.
Mag het dier in uw tuin of op het balkon? Zo ja op welke plaatsen ligt het dan het liefst? Zonnig of in de schaduw?
27.
Indien uw huisdier een hond is: gaat deze graag mee wandelen, spelen, rennen en in de auto mee?
28.
Indien uw huisdier een kat is: gaat hij of zij graag naar buiten? Blijft de kat dichtbij huis/tuin. Hoe reageert hij of zij op de aanwezigheid
 
van vreemde katten of honden?
29.
In welke tijd van het jaar voelt uw dier zich het minst prettig en wanneer juist heel erg lekker. Waarom?
30.
Hoe gedraagt het dier zich bij droog, nat of vochtig weer? Bij verandering van het weer. Onweer, mist, zon, storm, sneeuw?
31.
Hoe reageert het dier wanneer met het benadert, aanraakt of aait?
32.
Heeft het dier wel eens toevallen gehad, flauw gevallen of iemand aangevallen uit het niets?
33.
Hoe reageert uw dier in het algemeen op pijn?
34.
Hoe is het gedrag van uw dier ten opzichte van (eigen) kinderen, bekenden, onbekenden? Hoe reageert het buitenshuis in gezelschap of alleen met u? Hoe is het gedrag bij lawaai, aanraken en in het gezelschap algemeen?


35.
Vertelt u eens iets over het gedrag, karakter en humeur van het dier? Wat zijn vooral de eigenaardigheden? Positieve en negatieve kanten?
36.
Seksueel gedrag: is zijn of haar gedrag echt mannelijk of vrouwelijk te noemen? Hoe is de reactie op een loopse teef of krolse poes?
 
Hoe reageert hij of zij op een opdringerige mannelijke soort?
37.
Hoe verloopt de loopsheid/krolsheid? Is deze lang of kort? Is er veel of weinig uitvloeiing. Hoe lang is de tijd tussen de perioden?
38.
Was het dier vroeg of laat geslachtsrijp? Is er bijzonder gedrag tijdens deze periode? Schijndracht? Nestjes gehad? Hoe waren dracht en
zoogperiode?

39.

Hoe was de verzorging van moeder naar de jongen?
40.
Waarvoor is het dier echt bang? Denk aan wind, water, regen, lawaai, storm, onweer, alleen zijn, vuurwerk etc.
41.
Is uw dier erg schrikachtig? Wanneer? Hoe reageert het op muziek, telefoon, deurbel, onverwachte geluiden?
42.
Wordt het dier wel eens erg kwaad? Wanneer, waarom. Agressief en/ of bijten? Waardoor veroorzaakt?
43.
Wat uw dier vroeg of laat zindelijk? Vindt u nog wel eens urine of ontlasting in huis? Wanneer dan en heeft het een reden?
44.
Ligt uw dier op schoot? Waarom? Gezelligheid, angst, troost, bezitterigheid?

 

D.
LICHAMELIJK ASPECT
43.
Ogen: hoe is het gezichtsvermogen? Is er iets bijzonders mee? Zijn er tranen of uitvloeiing in een gele of groene kleur? Hoe reageert
 
het dier op licht? Is het lichtschuw?
44.
Neus: hoe is het reukvermogen? Is er reactie op ongewone geuren? Komt er uitvloeiing?
45.
Oren: hoe is het gehoor? Hoe reageert uw dier op harde en/of plotselinge geluiden? Heeft het dier oorontsteking(en) gehad? Welk oor. Hoe zag het eruit?



46.
Bek: is er iets te vertellen over tong/kiezen/tandvlees? Ruikt uw huisdier erg uit de bek? Is er sprake van overmatig speekselen?
47.
Keel: heeft het dier moeite met slikken? Zijn er problemen aan de nek of hals?
48.
Maag/darm: Hoeveel en hoe vaak eet het dier? Hoe eet het: schrokkerig, langzaam, kleine beetjes? Wat eet het graag?

 
Waaraan geeft het de voorkeur: zoet, zuur, zout, gekruid, vet, rauw? Wat lust het absoluut niet? Zijn er voedselproducten waarvan het dier ziek wordt? Eet het wel eens vreemde of vieze dingen zoals zand of stenen, sneeuw, vuil water, uitwerpselen?
49.
Wat drinkt uw dier zoal en hoeveel drinkt het per dag? Drinkt het veel ineen of vaak kleine beetjes? Of drinkt het juist opvallend weinig.

50.
Wat drinkt het graag en wat beslist niet?
51.
Hoe ziet de ontlasting eruit? (te) dun, (te) stevig, droog, kleur etc.? Waarvan of wanneer heeft het dier last? Denkt u aan winden, buikgeluiden, oprispingen
52.
Waarvan of wanneer heeft het dier last? Denkt u aan winden, buikgeluiden, oprispingen
53.
Is er iets bijzonder over de anus te vertellen? Roodheid, jeuk, anaalklierproblemen?
54.
Opmerkingen over de urine of nieren: hoe is de manier van plassen, kleur van de urine. Zit er bloed bij de urine. Waar plast u dier
55.

Plast het binnen?
56.
Ademhaling: is er wel eens spake van hijgen, hoesten, slijm, niezen? Wanneer? Hoe is het uithoudingsvermogen? Snel moe?
57.

Hoe miauwt of blaft het? Wanneer?
58.
Zijn er hartproblemen bekend? Kunt u vertellen welke?
59.
Zijn er hartklachten bekend?
60.
Is er iets te vertellen over de jeugdperiode? Zoals herkomst van broodfokker, risico landen 'Oostbloklanden' of traumatisch nest, geboorte?
61.
Is er iets bijzonders over het bewegingsapparaat te vertellen? Zoals kreupelheid, raar lopen, verlammingen, uitvalverschijnselen?

62.

Hebben weersomstandigheden invloed op eventuele kreupelheid?
63.
Huid: zijn er vreemde dingen aan de huid te zien? Is er jeuk, haaruitval, vlooien, bulten, wratten, eczeem?. Kluift of likt het aan de poten?
64.
Hoe is de genezing van (operatie) wonden? Bloeden eventuele wonden snel en veel? Is er sprake van ontstekingsmateriaal zoals pus oid?

 

E.
DIVERSEN
60.
Is dit dier uw eerste huisdier? Zijn er nog dieren bijgekomen sindsdien?
61.
Indien van toepassing: was het huisdier er al voordat u (indien van toepassing) kinderen kreeg?
62.
Probeert het dier thuis de baas te spelen over u, huisgenoten of andere huisdieren?
63.
Is het dier wel eens jaloers? Hoe uit zich dat?
64.
Hoe reageert het dier als het alleen wordt gelaten? Blaft, miauwt/piept het door verlating? Maakt het dingen kapot?
65.
Heeft het dier last van heimwee tijdens uw afwezigheid? Zoals in kennel of op logeeradres? Hoe is het gedrag dan?
66.
Heeft het dier bepaalde gewoontes waarin het zich duidelijk onderscheidt van soortgenoten?
67.
Indien van toepassing: hoe was de reactie van uw dier op een gehoorzaamheidscursus? Voert het de opdrachten goed uit?
68.
Welke van de onderstaande omschrijvingen passen bij uw huisdier? U kunt uit meerdere omschrijvingen kiezen. Motiveer uw antwoord.

 

 

a.
onderdanig
g.
bazig
b.
koppig en eigenzinnig
h.
bangelijk
c.
uitdagend
i
dapper en zelfbewust
d.
gehoorzaamt graag
j.
gehoorzaamt met tegenzin
e.
blijmoedig
k.
prikkelbaar
f.
ongeïnteresseerd
l.
voorvoelend ( bijv. onweer)